1. Indiening van je programma
Voor de indiening van nieuwe programma's 2027-2031 ligt de deadline op 15 juni 2026. Wat wordt verwacht bij de indiening van je programma?
Tijdslijnen
Hieronder staan twee tijdslijnen die belangrijk zijn voor de indiening van de volgende programma’s:
Twee aanvullingen bij de onderste tijdslijn:
- Datum voorlopig advies. Het KB schrijft voor dat de voorlopige adviezen ten laatste beschikbaar zullen zijn op 1 november. Aangezien 1 november een feestdag is en dit jaar ook nog op een zondag valt, zullen ze al beschikbaar zijn op vrijdag 30 oktober 2026 (einde van de dag). Organisaties hebben dan tijd tot en met vrijdag 20 november (einde van de dag) om hun reacties op de voorlopige adviezen over te maken.
- FundHub-vragen: DGD is volop programma’s aan het lezen en stelt vragen in FundHub die automatische mails genereren naar de verantwoordelijken bij de CMO en IA (degene met het inlogaccount). Een bezorgdheid is dat in de body van die mails staat dat er een antwoord verwacht wordt “binnen de 5 werkdagen”.
Voor de volledigheid:> In de maanden juli en augustus is die timing niet strikt toe te passen. DGD begrijpt dat velen in de sector momenteel met vakantie zijn. DGD verwacht wel dat de vragen beantwoord worden, maar in de zomermaanden is het geen probleem als dit niet binnen de 5 werkdagen gebeurt. Laat de vragen gewoon niet liggen. Het is ook niet zo dat een antwoord niet behandeld zal worden als het – in juli en augustus – later dan 5 werkdagen gegeven wordt.Vanaf 1 september verwacht DGD wél dat organisaties de vragen binnen de 5 werkdagen beantwoorden. Deze strakke timing is nodig omdat DGD zelf een interne deadline vastgelegd heeft om de hele beoordelingsfase af te ronden tegen eind september. Op die manier hebben ze in oktober voldoende tijd om alle nodige coherentiechecks te doen.De vragen kan je ook gewoon op het FundHub-platform opvolgen en beantwoorden:> Op de pagina van het P27-31, klik je op “Comments overview”:
> Vanaf daar kan je verder klikken naar de vragen bij het programma of bij de outcomes:
Eerste analyse P27-31
Op 15 juni 2026 werden bij DGD 43 programma’s ingediend: 10 programma’s van de IA en 33 programma’s van de CMO.
Hieronder vind je een eerste analyse met een paar sectorfoto’s. Drie dingen te onthouden:
- Gemeenschappelijke programma’s. Voor het eerst zijn er meer organisaties die betrokken zijn in een gemeenschappelijk programma (56) dan in een individueel programma (25). Voor DGD betekent dit dat ze dit keer 18 programmadossiers minder moet verwerken t.o.v. de vorige cyclus (61 dossiers bij de P22-26 tegenover 43 dossiers voor de P27-31).
- Vergelijking landenlijst P22-26 vs P27-31. Syrië is een nieuw land en er verdwijnen 5 landen op sectorniveau (Rwanda, Mauritanië, Nicaragua, Angola, Zimbabwe). Op sectorniveau worden die middelen vooral verschoven naar West-Afrika (Burkina Faso, Benin, Senegal) en Uganda. Palestina en Marokko zijn ook twee landen die sterk groeien.
België (-1%) en RDC (-4%) blijven min of meer status quo. - Academische IA. VLIR-UOS, ARES en het ITG hebben een programma ingediend dat al 25% lager ligt dan hun subsidie in het vorige programma. Om op sectorniveau de 25% totale besparing door te voeren, moet er bij de rest van de ingediende programma’s nog 230 miljoen bespaard worden.
We brengen nog een paar andere zaken onder de aandacht:
- Er zijn 5 organisaties die dit keer een programma indienden en dit niet hadden gedaan in de cyclus P22-26: Cavaria, Amonsoli, ADRA, Institut Eco-conseil en Tearfund.
- Aan Franstalige kant zijn een aantal fusies met de indiening van de nieuwe programma’s ook finaal afgerond:
- Louvain Coopération is gefuseerd met Geomoun, Rotary en ADA. (> LC)
- Frères des Hommes is gefuseerd met Miel Maya Honing. (> FdH)
- UCOOPIA is de fusie van ULB-Coopération & Eclosio. (> UCOOPIA)
- Rode Kruis Vlaanderen Internationaal en Croix-Rouge de Belgique worden IA vanaf 1/1/2027 (en worden in de analyse ook al als IA beschouwd).
Toekenning medefinanciering en thematische prioriteiten
Toekenning medefinanciering
Minister Prévot heeft meer duidelijkheid gegeven over de wijze waarop de medefinanciering toegekend zal worden. Zijn brief daarover kan je hieronder downloaden. De kernelementen zijn de volgende:
- De Minister zet de budgettaire cadrage op 0% t.o.v. het huidige programma 2022-2026 OF het vorige programma 2017-2021. Organisaties mogen zelf kiezen en het hoogste bedrag nemen. Hoewel in de brief van de Minister staat “dat elke erkende organisatie maximaal de subsidie kan verwachten die daadwerkelijk werd toegekend onder programmacycli…”, gaat het wel degelijk over het budget dat aangevraagd mag worden. Het sectorvoorstel om een budgettaire cadrage van -10% in te voeren, is niet weerhouden, de keuze van het referentiebudget is dat wel.
- De kwaliteitslat voor outcomes werd verhoogd van 60% naar 70%. Het belang van kwaliteit stond ook centraal in het sectorvoorstel.
- Kwaliteit primeert ook op de strategische beoordeling, nl. 60% voor kwaliteit en 40% voor de aansluiting bij de strategische prioriteiten en methodologische benaderingen. Die 40% is echter wel een significant groter gewicht dan dat we gewild hadden en ook een significante sprong t.o.v. het verleden.
Thematische prioriteiten
DGD en het kabinet hebben een nota opgesteld met de strategische prioriteiten en methodologische aanpakken die de Minister geïdentificeerd heeft om – samen met de kwaliteit van de dossiers – te gebruiken voor de toewijzing van de medefinanciering voor de programma’s 2027-2031. Deze nota werd in de officiële versie van de programmaformat geïntegreerd.
Op aandringen van de federaties werden nog aanpassingen aan deze nota aangebracht zodat de specifieke kenmerken van WBE voldoende in aanmerking of gewaardeerd zouden worden bij de beoordeling van de programma’s:
- In de algemene beschrijving van de thematische prioriteiten wordt nu ook expliciet verwezen naar WBE;
- WBE-outcomes kunnen nu ook een waarde A binnen de thematische prioriteiten toegekend krijgen (wat initieel voor de prioriteiten ‘gezondheid’ en ‘stabiliteit’ niet het geval was)
- De reductionistische beschrijvingen van WBE binnen de prioriteiten ‘gezondheid’ en ‘stabiliteit’ werden geschrapt.
De aansluiting bij de strategische prioriteiten en methodologische benaderingen zal dus voor 40% meetellen bij de toekenning van de medefinanciering.
- DGD-programmacyclus
Toekenning medefinanciering 2027-2031
- DGD-programmacyclus
Thematische prioriteiten van Minister Prévot bij de toekenning van de medefinanciering
- DGD-programmacyclus
Weging prioriteiten minister Prévot bij de beoordeling van de P27-31
- DGD-programmacyclus
Beoordelingsfiche P27-31
Formats programma 2027-2031
Programmaformat P27-31
- Definitieve NL versie (Bron: DGD, 10 april 2026)
- Definitieve FR versie (Bron: DGD, 10 april 2026)
- Engelstalige versie (Bron: Deepl-vertaling door de federaties op basis van definitieve NL versie dd 10 april 2026)
- Spaanstalige versie (Bron: Deepl-vertaling door de federaties op basis van definitieve NL versie dd 10 april 2026)
Budgetformat P27-31
- De budgetformat (Bron: DGD, 13 april 2026, meest definitieve versie)
Voorstelling van de programmaformat door DGD (6 maart 2026)
Link naar de opname van de online presentatie (YouTube)
FAQ Voorbereiding en Indiening Programma’s
Aanvullend op de rijke lijst van vragen en antwoorden in de FAQ (zie link hieronder), maakten de secretariaten van de federaties een overzicht van alle beschikbare informatie over partnerschappen, samenwerkingen en synergie. Onderstaand document moet helpen om door de bomen het bos (weer) te zien.
> Overzichtsdocument partnerschappen, samenwerkingen en synergie (1 juni 2026)
FAQ Voorbereiding en Indiening Programma's 2027-2031Programmadialogen (15 april – 15 juni 2026)
De details voor de organisatie van de mondelinge programmadialogen staan in dit document:
FundHub en IATI
- Rechtstreekse link naar FundHub / Het Portaal: https://fundhub.openaid.be/en
- Handleiding indiening van P27-31 in FundHub / Het Portaal (versie april 2026)
- Handleiding monitoring programma’s (FundHub → IATI) (versie mei 2024)
Bij de indiening van de P22-26 bestonden twee FAQ die nog nuttige vragen bevatten voor de P27-31. We verwijderen onderstaande linken daarom nog niet van onze website:
- FAQ P22-26 (bron: DGD)
- FAQ P22-26 (bron: federaties)
Voor de indiening van de programma’s 2027-2031 op FundHub kan je in dit document hier verdere toelichtingen vinden over de IATI-identificatiecodes: wat u nu al moet controleren, wat er bij de toekomstige rapportage zal gebeuren, en de specifieke aandachtspunten met betrekking tot de gemeenschappelijke programma’s en resultaten.
Wat is de rol van FundHub in de monitoring en de IATI-publicatie?
Bij de P17-21 waren het de organisaties zelf die hun activity-file creëerden, meestal via Aidstream.
Voor de P22-26 en P27-31 genereert DGD de activity-files via het binnentrekken van gegevens uit FundHub in hun interne database.
Organisaties moeten nu dus enkel éénmalig de url-link die ze ontvingen van DGD (per mail) voor het begin van hun programma in het IATI register plakken. Dat moet dus maar één keer gebeuren aan het begin van de 5 jaar-lifecycle van het programma.
Eens je de ontvangen url-link geregistreerd hebt in het IATI register, verschijnen je gegevens ook op fundhub.
Indien jullie de log-in & paswoord niet meer kennen van jullie account als publisher op IATI,
contacteer dan support@iatistandard.org
Jaarlijks wordt dan wel ook nog verwacht (als onderdeel van de morele verantwoording) dat jullie de volgende data in fundhub invoeren :
- Expenditures (totale uitgaven per outcome maar zonder disbursements) en
- Disbursements (uitbetalingen per partner of per samenwerkingen)
In jaar 3 komen daar ook de behaalde resultaten voor de outcome indicatoren bij en op het einde van het programma worden ook nog eens alle totalen voor de outcome indicatoren ingegeven.
Gemeenschappelijke programma’s
Enkel erkende CMO of IA kunnen een programma ter medefinanciering voorleggen aan DGD.
Gemeenschappelijke programma’s:
- Gemeenschappelijke programma’s en outcomes worden aangemoedigd door DGD en zijn ook opgenomen in de methodologische benaderingen die samen met de strategische prioriteiten van Minister Prévot voor 40% zullen meetellen in de toekenning van de medefinanciering.
- Lees hier meer over gemeenschappelijke programma’s (o.a. handleiding)
Gegroepeerde aanvraag:
DGD heeft de federaties laten weten dat zij, na intern overleg en goedkeuring, voorstellen om geen externe deskundigen in te zetten voor de beoordeling van programma’s die onder de gegroepeerde aanvraag vallen.
DGD vindt het namelijk logischer om deze programma’s in de komende cyclus op dezelfde manier te behandelen als de programma’s die rechtstreeks bij de overheid worden ingediend.
Het gaat hier uiteraard om een gerichte uitzondering voor de volgende cyclus, en niet om een heroverweging van het principe van de gegroepeerde aanvraag. De huidige omstandigheden rechtvaardigen dat de bijzondere beoordelingsmethode voor deze programma’s tijdelijk niet wordt toegepast.
- Met de aangekondigde bezuinigingen en de ex-ante begrotingskaders dreigt het aantal programma’s dat onder de drempels valt van de gegroepeerde aanvraaag groter te zijn dan in het verleden.
- De thematische kadering vereist een cruciale striktheid en uniformiteit. Het lijkt de DGD dan ook efficiënter om alle programma’s rechtstreeks te beoordelen om gelijke behandeling na te streven.
- Het inschakelen van externe deskundigen door de federaties en alle begeleiding die daarvoor nodig is, vertegenwoordigt een aanzienlijk budget en HR-middelen van de administratie. DGD is van mening dat dit budget zeker op een efficiëntere manier kan worden gebruikt, ten voordele van de sector.
DGD benadrukt echter dat deze maatregel niets afdoet aan het belang van de gemeenschappelijke programma’s, die zoveel mogelijk moeten worden bevorderd om de krachten te bundelen en de resultaten en impact van de interventies te versterken.
Veranderingstheorie (Theorie of Change) en het evaluatieplan
Voor alle informatie in verband met de veranderingstheorie of Theory of Change (ToC) verwijzen we graag naar hetbegeleidingstraject dat de federaties zijn opgestart in 2025 en dat loopt tot midden 2026.
Een verschil met de vorige programma 2022-2026 is dat deze keer bij de indiening van het programma 2027-2031 naast een veranderingstheorie ook een evaluatieplan wordt opgevraagd als bijlage.
Meer informatie over dit nieuwe evaluatieplan kan je terugvinden op de webpagina morele verantwoording van je programma.
Let wel: De bepaling dat er minimaal 1% van de directe kosten aan de uitvoering van het
evaluatieplan en audits van de interventie moet besteed worden, blijft behouden.
Deze 1% bepaling betreft dus enkel de audits van de partners. Meer info over de verdeling van je auditkosten vind je hier.
Wereldburgerschapseducatie in P27-31
Hieronder centraliseren we de informatie die nuttig kan zijn voor de ontwikkeling van België-outcomes (WBE) binnen het programma 2027-2031.
Volgende informatie kan teruggevonden worden:
- Link naar de strategienota WBE
- Link naar het GSK BE en het advies van DGD over het GSK BE
- Link naar de strategische prioriteiten van minister Prévot
- Link naar de voorstelling door DGD van het voorstellingsschema
- Link naar de FAQ over het voorstellingsschema
- Link naar de catalogus van geleerde lessen P2022-2026
- BeGlobal: linken naar hun programma, logische kader en theory of change
- Link naar summary report GENE-studie rond LNOB
- Link naar de presentatie van uitwisselingsessie 24/03/2026 met
- Aandachtspunten voor WBE in het voorstellingsschema
- Resultaten van de GSK BE bevraging omtrent programma-intenties van leden
- De data-set van de resultaten van de bevraging van het GSK BE (maart 2026)
- Verslag van de uitwisseling
- Aanbevelingen GSK BE voor P27-31: waar weergeven in het voorstellingsschema?
Traject ‘Writing winning proposals’ van Fiabel
Hieronder kunnen jullie 2 documenten terugvinden namelijk:
- een checklist voor het nieuwe programma 27-31
- een peer review grid voor het schrijven van kwalitatieve programma’s
Deze heeft Fiabel laten opstellen in samenwerking met MDF voor haar leden in het traject “Writting winning proposals”.
Sectorthema’s P27-31
Hieronder brengen we enkele thema’s onder de aandacht bij de opmaak van de DGD-programma’s 2027-2031. Dit zijn in principe geen thema’s die voor DGD centraal staan in het programma (sommige zijn al afgedekt door de screening van de organisatie), maar het zijn wel thema’s waar we de voorbije jaren als sector zelf sterk in geïnvesteerd hebben. Het zou jammer zijn als die kennis en goede praktijken vergeten worden. Een strategisch 5-jarenprogramma is immers hét moment om bepaalde thema’s te verankeren.
Het laatste punt (8 – BuZa) heeft natuurlijk niks met de eigen sectoragenda te maken, maar de inhoud is het waard om in dit overzicht mee op te nemen.
-
1. Integriteit
- Het integriteitsbeleid van je ngo valt of staat met de vraag of je partnerorganisaties voldoende op de hoogte zijn van en meedraaien in het integriteitsbeleid van jouw ngo én of zij zelf over een voldoende sterk integriteitsbeleid (vb. meldpunten, interne controle mechanismen,…) beschikken om zaken zoals fraude, corruptie en (seksueel) misbruik te voorkomen en op te sporen. Capaciteitsversterking van je partners op het niveau van integriteit is daarom cruciaal (conform punt 2 van het wettelijk bindende integriteitscharter heb je bovendien de verplichting het thema integriteit regelmatig onder de aandacht te brengen van je partners).
→ Capaciteitsversterking van je partners kan uiteraard tijd en geld kosten. Wist je echter dat je capaciteitsversterking van partners op het niveau van integriteit perfect kan inschrijven in én financieren via je DGD-programma? Verschillende organisaties deden dit reeds met succes in het kader van de programma’s 2022-2026. Mis deze kans dus niet én schrijf capaciteitsversterking van je partners op het niveau van integriteit in in je nieuw programma!
- Graag herinneren we er hier ook aan dat artikel 36 van het KB van 11 september 2016, dat opsomt welke elementen verplicht in een partnerschapsovereenkomst dienen te staan, stelt dat in elke partnerschapsovereenkomst de nodige bepalingen inzake integriteit, conform punt 5 van het wettelijk bindende integriteitscharter, dienen opgenomen te worden (punt 5 van het charter: “In de contracten die we afsluiten met onze partners worden de nodige bepalingen inzake integriteit opgenomen.”).
-
2. Dekolonisering
- Denk aan alle mogelijke vormen en praktijken van machtsonevenwicht die impliciet of expliciet in een programma ingebouwd zijn / worden: Gebruik hiervoor de Power Awareness Tool van Partos.
- Geld & budget zijn macht:
→ 10 Practical Tips for Building Equitable Funding into your Programme Design
-
3. Gender & milieu
- De transversale thema’s uit de wet Ontwikkelingssamenwerking (2013) zijn opgenomen in de programmaformat.
- Milieu = Thematische prioriteit van minister Prévot (titel: Klimaat en biodiversiteit)
- Gender = ‘Versneller’ van minister Prévot (titel: Vrouwen & Jongeren)
- De thema’s kunnen zeker ook aan bod komen in de screening van partners tijdens de voorbereidingen van het programma (→ ‘Hechten zij ook belang aan gender en milieu?’)Werken aan gender en milieu met partnerorganisaties omvat verschillende belangrijke stappen:
- Het uitvoeren van een grondige en kritische gender- en milieu-analyse (context en organisatieniveau);
- Het vaststellen van duidelijke gezamenlijke doelstellingen;
- Het ontwikkelen van een gender- en milieustrategie en bijhorend werkplan;
- Het implementeren van acties en het monitoren en evalueren van de voortgang;
- Het bevorderen van inclusieve communicatie, het stimuleren van samenwerking en het waarborgen van verantwoordingsplicht op alle niveaus.
- Gender en milieu zouden zeker aan bod moeten komen in de contextanalyse (vb. wat is het legaal kader rond gender en milieu in een gegeven land?).
- Belangrijk om de mogelijke positieve en negatieve effecten van het programma op milieu en gender in kaart te brengen.
- Neem het thema gender intersectioneel op in je programma en betrek ook jongeren en andere gemarginaliseerde groepen in de gegeven context (inclusie). Splits de data van je programma op naar deze verschillende doelgroepen.
- Vergeet zeker ook niet gender en milieu mee te nemen vanuit je veranderingstheorie (ToC) zo ben je zeker dat dit verder wordt opgenomen in je programma en uitgerold in je MEAL systeem.
- Bekijk ook vanuit de ToC hoe je bondgenoten in lokale organisaties (die ook werken rond mensenrechten, gender en/of milieu) kan betrekken in je programma om te leren van elkaar en elkaar potentieel te versterken.
- Zorg er dus zeker voor dat gender en milieu in het M&E-systeem en het budget van je programma opgenomen zijn zodat de thema’s niet enkel bij mooie woorden blijven.
- De transversale thema’s uit de wet Ontwikkelingssamenwerking (2013) zijn opgenomen in de programmaformat.
-
4. Digitalisering
- Het thema innovatie wordt in de prioriteitennota van minister Prévot o.a. gelinkt aan digitalisering.
- Take aways uit d4d event
- Digitalisation principles in OS
-
5. Adaptive programming
- Houd rekening dat er tussen vandaag en 31 december 2031 veel kan gebeuren. Bouw flexibiliteit in in jouw programma (zowel inhoudelijk als qua budget).
- Ken de regels voor flexibiliteit (zie art. 34 in KB).
- Daag jezelf uit om jouw programma door 12 lenzen / brillen te bekijken die uitgeschreven staan in de prioriteitennota van minister Prévot. Gebruik die 12 brillen om jouw subsidiedossier voor te stellen.
- Schrijf je outcomes duidelijk (wat, hoe, waar, wanneer, waarom, met wie, etc.) zodat deze goed weergeven wat je programma juist van plan is. Maar bouw ook voldoende strategische flexibiliteit in.
- Vermeld voor elke outcome ook dat je niet alleen verantwoordelijk kan zijn voor de resultaten maar dat je afhangt van andere actoren (partners, overheid, etc.) en van externe factoren (klimaat, conflict, etc.) Zo wordt het duidelijk dat je enkel controle hebt op de resultaten op het niveau van de output. Het behalen van de outcome hangt niet enkel af van het programma.
- Bouw je assumpties vanuit je ToC goed uit. Dit is een belangrijk element voor de verantwoording omdat dit verklaringen en geleerde lessen met zich mee kan brengen.
- Vertrek vanuit je ToC voor je leeragenda. Leervragen kunnen uit verschillende elementen van de ToC komen:
- Het monitoren van assumpties helpt om na te gaan hoe correct ze blijken te zijn.
- Werkt de relatie tussen de verschillende niveaus (output, outcome en impact) wel?
- Leiden de gekozen veranderingspaden van het programma ook echt tot de gewenste sociale verandering?
- Gebruik ook voldoende kwalitatieve data (naast kwantitatieve) om inzicht te krijgen in hoe en waarom sociale verandering zich voort doet en niet enkel vast te stellen dat er verandering (resultaten) zijn.
- Maak gebruik van een beknopt, visueel attractief overzicht/beeld in je ToC om je gewenste verandering weer te geven (zo vermijd je onnodig veel en complex taalgebruik).
- Wees voldoende flexibel en dus strategisch vaag in je evaluatieplan en focus op de minimum vereisten (zonder in al te veel details te gaan). Dit is beter dan alles op voorhand vast te zetten. De praktijk leert dat aanpassen onderweg moeilijk zijn (zeker als er toestemming moet gevraagd worden zoals voor de 3 eerste minimum vereisten van het evaluatieplan).
-
6. Transparantie
Houd rekening met welke informatie publiek beschikbaar zal zijn:
→ Data die je uploadt via/naar FundHub, Prisma, IATI en NGO Openboek zal (deels) publiek toegankelijk zijn. Zorg er dus voor dat gevoelige informatie van eigen medewerkers en medewerkers van partners goed beschermd is.
→ Alle info die via deze platformen online wordt gezet, kan interessant zijn om te gebruiken in (sector)communicatie, zowel door de eigen organisatie als door de federaties. Zorg er dus voor dat programma’s, en meer bepaald de outcomes, helder geschreven zijn zonder overdreven en onnodig technisch taalgebruik. In dit kader organiseert ngo-federatie een tweedelige vorming rond het helder formuleren van outcomes (op 24 en 30 maart, telkens in de voormiddag). Alles over deze vorming vind je op onze website.
→ Schrijf dus in de mate van het mogelijke (delen van) een programma dat zich leent tot inzet in een bredere strategie rond sectorcommunicatie. Programma’s en outcomes zijn namelijk de belangrijkste informatiebron voor de eigen organisatie én de federaties om de impact van de sector aan te tonen.
-
7. Nexus
- Het thema Nexus is een methodologische aanpak in de prioriteitennota van minister Prévot.
- Een conflict sensitivity benadering is essentieel bij het opstellen van je programma. Zonder aandacht voor lokale spanningen kunnen bepaalde acties onbedoeld conflicten versterken, zeker in landen en regio’s die al gekenmerkt worden door fragiliteit en crisissen. Daarom is het belangrijk om conflict sensitivity al vanaf de ontwerpfase te integreren, zodat programma’s bestaande spanningen niet vergroten. Let op: de Nexus‑benadering is niet hetzelfde als conflict sensitivity.
- Nexus en localization gaan steeds hand in hand samen. Om coördinatie mogelijk te maken tussen humanitaire, structurele (“ontwikkelings-”) en vredesactoren is het van belang om te weten welke actoren waar actief zijn in welke regio/land om interventies op elkaar af te stemmen in de desbetreffende landen. Hierbij is het van belang om te kijken naar de lokale actoren, Belgische actoren en niet-Belgische actoren. Kortom, maak een mapping van de actoren from the onset én maak gebruik van de expertise en het mandaat van elke actor.
- Meer inspiratie nodig rond de HDP nexus? Neem een kijkje op de Google Drive van de Peer-to-peer HDP nexus groep van ngo-federatie en Acodev.
- In het DGEO programmaformaat wordt het volgende vermeld: “Voor landen of contexten waar humanitaire actoren aanwezig zijn, licht de actor toe op welke manier wordt voorzien om samen te werken of welke afspraken werden gemaakt met gespecialiseerde humanitaire actoren voor een snelle respons in het kader van mogelijke acute crisissen.” In de voetnoot staat ter informatie: Rekening houdend met het beperkte detailniveau en de flexibiliteit van het budgettaire kader wordt het opnemen van een afzonderlijke ‘crisis modifier’ in de DGEO programmavoorstellen niet opportuun geacht
- Lessen en aandachtspunten uit de GSK voor de ontwikkeling van de Nexus in de programma’s 2027-2031: deze nota ontsluit een reeks opmerkingen en aanbevelingen die door DGD werden geformuleerd bij de beoordeling van zeven Gemeenschappelijke Strategische Kaders (GSK) waarin de toepassing van de nexus-benadering (humanitair–ontwikkeling–vrede; HDP) werd verwacht, en die relevant kunnen zijn voor de ontwikkeling van de programma’s.
-
8. Hervormingen / context van BuZa
Hervorming Belgisch diplomatiek postennetwerk
Zie ook verslag NGSOC 24/11/2025:
Op vraag van de minister werd een oefening uitgevoerd om het bestaande postennetwerk te herzien in het licht van de huidige globale evoluties. Voor de partnerlanden is het gevolg dat 3 posten zullen sluiten: Bamako tegen de zomer van 2026, Conakry en Maputo tegen eind 2027. Daarna zal er in deze landen geen gouvernementele samenwerking meer worden opgestart. Dit betekent echter geenszins dat Enabel uit deze landen zal verdwijnen aangezien ze de mogelijkheid hebben om te blijven doorwerken binnen het kader van de Opdrachten voor Derden.
De lopende engagementen in deze landen blijven gehonoreerd, ook wat betreft de geoormerkte bijdragen en de humanitaire samenwerking (al zal dit op een later moment ook worden herbekeken). Bovendien is het ook mogelijk om in de volgende programmacyclus een GSK voor deze landen op te stellen. Zo wordt de terugtrekking van BE uit deze landen deels verzacht. In lijn met de Team Belgium-benadering bestaat er misschien zelfs een opportuniteit (als onderdeel van de programmavoorstellen voor 2027-2031) voor de NGA’s om, daar waar Enabel zich terugtrekt, een rol te spelen in het consolideren of het verder bouwen op de behaalde resultaten van de gouvernementele samenwerking.
De minister geeft ook aan dat hij op korte termijn een reflectie wil voeren over de betekenis van het begrip partnerland en welke instrumenten we in dit kader ter onzer beschikking hebben.
Afrikastrategie FOD
« Nouvelles perspectives – Orientations politiques belges pour un partenariat durable avec l’Afrique dans un paysage géopolitique en mutation »
- Eens de officiële versie klaar is, zullen we de link hier aanvullen (op 28/1/2026 was er nog geen officieel document)
Beleidsnota 2026 minister Prévot
Eigen inbreng en valorisatie
Voor het programma van een erkende organisatie van de civiele maatschappij, bedraagt de subsidie maximaal 80 % van de reële kost van het programma en de eigen inbreng bedraagt ten minst 20 % van de reële kost van het programma.
Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste regels uit KB16 (Artikel 30).
Samenstelling van de eigen inbreng:
De eigen inbreng wordt samengesteld uit bronnen die exclusief afkomstig zijn uit lidstaten van de OESO of uit multilaterale organisaties, met uitsluiting van de subsidies toegekend door de Belgische Staat ten laste van het budget ontwikkelingssamenwerking.
Andere publieke middelen (bijvoorbeeld federale of regionale subsidies buiten het budget ontwikkelingssamenwerking) kunnen dus in principe wel in aanmerking komen.
Transparantie over de herkomst van de bronnen:
De organisatie zorgt voor transparantie over de herkomst van de eigen bijdrage aan de administratie. Wanneer de eigen bijdrage afkomstig is van publieke bronnen, informeert de organisatie deze publieke donoren over het doel van hun financiering als onderdeel van de eigen bijdrage van een Belgisch niet-gouvernementeel samenwerkingsprogramma.
Bij de financiële rapportering moet de organisatie volgens KB16 artikel 47:
- de bronnen van de eigen inbreng oplijsten, en
- aantonen dat publieke donoren hierover geïnformeerd zijn
Aanvaardbare vormen van bewijs zijn bijvoorbeeld:
- een opsomming van donoren
- een e-mail waarin de donor geïnformeerd wordt
- een letter of consent
Valorisatie
Valorisatie is de monetaire waarde van middelen die ter beschikking worden gesteld van het programma. Maximaal 25 % van de eigen inbreng mag bestaan uit valorisatie.
Tot 120 dagen voor het einde van het programma kan een organisatie een aanpassing van de valorisatiebeschrijving of berekeningsmethode aanvragen.
Belangrijke voorwaarden:
- De te valoriseren middelen moeten als directe kost opgenomen worden.
- Ze moeten beschreven worden in de subsidieaanvraag.
- De berekeningsmethode moet objectief onderbouwd zijn, gebaseerd op de commerciële oplevering van soortgelijke goederen goederen of diensten, verminderd met eventuele afschrijvingen.
- DGD-programmacyclus
Afronding programma’s ’22-’26
Lees Meer
- DGD-programmacyclus
Wegwijs in de programmacyclus
Om de vijf jaar worden de nieuwe programma's ingediend bij DGD. Deze indiening is het startschot van een uitgebreide cyclus. Om jullie wegwijs te maken in deze cyclus vind je op de...
Lees Meer
- DGD-programmacyclus
- Gemeenschappelijk programma
Gemeenschappelijke programma’s 2027-2031
Gemeenschappelijke programma’s zijn programma’s die ingediend worden bij DGD door twee of meer erkende organisaties.
Lees Meer
